Op het witte strand

Ik loop de zee in, de zon schijnt vurig.

Ik duik en zwem een stuk. Onderwater zwemmen in de zee is verschrikkelijk als je geen duikbril hebt, maar het voelt als een lekker mysterieus Brigitte Bardot-achtig iets om te doen. Mijn lange haar zweeft achter mij aan. Ik kom weer boven en zwem richting de vloedlijn tot het stuk waar ik met mijn voeten bij de bodem kan. Ik loop langzaam naar het land. Als ik vanaf mijn navel boven water ben voel ik dat de zon de druppels op mijn schouders laat verdampen. ‘Is dat niet een beetje snel’ denk ik nog, maar het blijkt van niet. Mijn haar druipt via mijn rug mijn zwembroek in en ik loop het strand op.

Ik ga op mijn rug in het zand liggen, als een zeester. God weet dat dit mijn lievelingsbezigheid is. Je verschijnt op het strand. Je zag me al vanuit de struiken toen ik nog in zee was. Je loopt naar me toe en kijkt op me neer. Ik zie er niet onaardig uit in mijn groene bikini die ik bij COS aan de Karel Doormanstraat heb gekocht in een oud vervelend vervlogen tijdperk. In volledig natuurlijke staat ben ik niet want dan zou ik geen wenkbrauwen hebben, maar die heb ik vanochtend even bijgetekend met een waterproof potloodje. Vrouwen zijn echt valse berekenende trutten weet je dat. Ik in ieder geval wel.

Reïncarnatie

Ik denk weleens dat ik de reïncarnatie van een Griekse godheid ben. Dit gedachtegoed is niet uit de lucht komen vallen, maar is gegroeid in een tijdsspanne van ongeveer een jaar.

Ik ben een keer naar een verkleedfeest gegaan als Artemis, de godin van de jacht. Ik had een witte japon gemaakt, een pijl en boog, en op mijn schouder had ik een met vilt bedekte plastic eekhoorn bevestigd – ik vond het typisch iets voor Artemis om met een eekhoorn op de schouder rond te lopen. Ik droeg de leren touwtjessandalen van mijn zus, die dansen uitsloten, hoewel de eekhoorn, pijl en boog en bladertakken in mijn haar me ook enigszins hinderden.

Een tweede reden voor het denken dat ik een Griekse godheid ben geweest in een vorig leven is dat ik een rok met verticale strepen heb. Die strepen lijken op cannelures, smalle pilaargroeven, die de Grieken in hun decoratieve repertoire opnamen omdat ze zich lieten inspireren door bossen samengebonden rietstengels. Deze rok heeft een split aan de voorkant waar je u tegen kunt zeggen, fietsen is onaangenaam met deze rok.

Het laatste argument dat ik wil aandragen is dat ik kortgeleden een pepermolentje op een tafel in een restaurant zag staan, de pepermolen was van het merk ‘Apollo’. Het aantreffen van een voorwerp met een dergelijke naam maakt voor mij elk tegenargument verwaarloosbaar, alleen de alwetende kosmos is zo briljant en doortastend om mij deze knipoog van bevestiging te schenken.

Ik heb veel te veel cruesli gegeten

Ik heb nieuwe blush gekocht bij de Kruidvat vanmiddag. Het zit in een roze kartonnen doosje in de vorm van een hart. Het is van het merk ‘I love make-up’ en het heet ‘Blushing Hearts Triple Baked Blusher’, in de kleur Candy, Queen of Hearts. Het is wel erg roze. Ik ben vanavond bij mijn ouders en heb het voor de spiegel in de bijkeuken opgedaan met mijn vingers. Ik loop naar mijn vader die druk in de weer is met fruitschillen in het schillenbakje doen. ‘Kijk pap’ zeg ik en ik hou mijn roze wangen zo dichtbij dat hij genoodzaakt is om iets te zeggen. ‘Prachtig’ zegt hij met een gezicht alsof hij het wel grappig vindt, maar ook wel erg roze en dat hij niet begrijpt waarom iemand zulke felroze wangen zou willen hebben, maar ik kan het uitleggen: altijd als ik heel hard eiwitten of slagroom opklop en daarna in de spiegel kijk zie ik er zo gezond uit en de kleur die ik dan heb is onmiskenbaar ROZE, niet de kleur van de rouge die ik altijd gebruik, die is NIET GOED, het moet ROZE zijn, ik wil er gezond uitzien alsof ik hard heb gerend of op volle snelheid taart heb staan maken, of dat ik een knappe jongen heb uitgenodigd bij een voordrachtavond en dat hij ook echt opdaagt en ik dan terwijl we bij de felverlichte bar staan iets heel doms zeg dat nergens op slaat, ZO wil ik eruitzien!

Alles is een verrassing

Als je zo gespleten bent als ik dan is alles een verrassing. Je kunt door een opwellend gevoel van sympathie besluiten een anonieme liefdesbrief te schrijven, die aan een heliumballon knopen (je hebt 4 heliumtanks overgehouden aan een mislukt kunstproject), en met een plechtige blik de brief vanaf je balkon de behoevende wereld in zenden, om het kosmische lot te laten bepalen wie hem zal ontvangen, om direct erna een fruitmes met roze handvat op de balkonrand te zien liggen (waarmee je eerder een appel in één behendige spiraalkerving van zijn schil hebt ontdaan), en dan vervolgens – na met een dichtgeknepen oog de afstand te hebben ingeschat – die met de botte punt door de briefkoerier gooien, en dus ontdek je dat de liefdesbrief door de kosmos klaarblijkelijk voor de tuin van de onderburen bedoeld is, voor de onderburen zelf: het stel waarvan de Chinees uitziende maar in Nederland opgegroeide, Xbox-liefhebbende jongen met een Leidse r, driemaal per dag zijn toerisme studerende, blauwe sloffen dragende vriendin – op maximale stemkracht – van zijn overtuiging dat haar denkvermogen zo begrensd is wil herinneren, een gegeven dat de capaciteit heeft om je elke keer weer te doen verstijven, nieuwsgierig je oren te doen spitsen en je hart te vergruizen, omdat de jongen niet zo wisselend van aard is als jijzelf blijven zijn uitbarstingen steeds weer negatief van toon; dat kun je horen door de vloer heen. Als hij zou roepen hoeveel hij van haar hield omdat ze bijvoorbeeld zo hard haar best deed met het dragen van de grindtegels voor de tuinreorganisatie dan zou de toon duidelijk anders zijn.

foe

Thee over mijn laptop

Theeee over mijn lap top!

Laptoppjjjjje

Jij staat daar zo lekker te lap top pen ja ja

Laptoppjjjjjjjjje!!

en altijd zo heel hard je best doen! best doen! best doen!

Denk aan iets leuks

Er zijn van die dagen die in een speciale map in je geheugen worden bewaard, speciale dagen. Als ik moet denken aan iets leuks schiet een bepaalde dag met twee vrienden in Avignon door mijn hoofd, maar als ik naga wat er nu echt is gebeurd weet ik niet zeker waarom. Die dag in Avignon had ik zelfvertrouwen en was ik een beetje dronken, wat geen bijzondere combinatie is, maar voor mij toen als zeventienjarige misschien toch wel. We haalden rosé bij de minimarket in de hoofdstraat en gooiden die over in lege Cristaline flessen. Ik had een nieuwe zwarte jurk aan en zwarte teenslippers, mijn vrienden Daniël en Timo droegen korte broeken en t-shirts. Daniël moest plassen en ik gaf hem een mooie Franse vraagzin mee om aan de ober van een restaurant te stellen, maar Daniël kwam twee keer terug omdat hij de zin niet kon onthouden, hij mocht uiteindelijk niet plassen. Wat ik me kan herinneren is dat we in een park wandelden, best wel een groot park op een heuvel aan de rand van de stad, en dat er vanuit een zijpad dat achter struiken lag een klein kind in een trapauto tevoorschijn kwam, als een toneelspeler die vanachter het zijgordijn precies op het juiste moment opkomt. De trapauto zag eruit als een open koetsje met een paard ervoor, met een lichtgele parasol boven het zitgedeelte, en het kind keek ons geen twee keer aan en trapte door. We liepen weer de stad in, namen af en toe een slokje wijn en verzonnen leuke dingen om te zeggen, vooral ik was daar goed in. Het was druk in Avignon, heel gezellig, in de zomer wordt er een theaterfestival gehouden en zijn de straten vol met verklede mensen, muzikanten en toeristen. In een achterafstraat gingen Daan, Timo en ik een stripboekwinkel in en vond ik een stripboek over een heldin die Tessa heette, Tessa: Agent Intergalactique en ik wist dat het allemaal geen toeval was, ik wist dat we als een landend vliegtuig naar binnen werden gehaald; de lampen op de baan lichtten op en de seinen werden gegeven, die dag seinde iemand ons de goede kant op.

Overgave

Er zijn nu wel erg veel vliegjes dus je besluit de vuilniszakken weg te brengen, de zak van deze week en de zak van vorige week die op het balkon ligt. De zak van vorige week hou je beet boven de schone keukenvloer terwijl je heel lang wacht om te kijken of hij lekt. Hij lekt niet, dat is fijn nu kan je hem wegbrengen.

Op blote voeten, gekleed in korte pyjamashorts en een wijde witte trui loop je de portiektrap af. De granieten traptreden voelen heerlijk koel en glad aan onder je blote voeten. Het is vrijdagmorgen en het is nog rustig op straat, gelukkig maar want je bent niet fatsoenlijk gekleed. Terwijl je de eerste straat oversteekt denk je aan injectienaalden. Aan de overkant houd je wacht op de stoep in een heldere streep gouden ochtendlicht omdat er langzaam een volle bus mensen langsrijdt.

Dan steek je de tweede straat over, maar doordat je haar steeds voor je ogen gaat kun je de grond niet goed afspeuren naar injectienaalden en de straat niet goed controleren op naderend verkeer. Eigenlijk is de vuilcontainer vol, door jouw vuilniszakken kan de klep niet meer helemaal dicht, maar je kiest ervoor om het zo te laten.

Hehehe

Gister was het 10 september; precies een jaar geleden draaide ik de prak in, omdat ik mijn fantasie niet van de werkelijkheid kon onderscheiden. Ik dacht dat ik de staatsloterij zou winnen, maar ik won vijf euro en verloor mijn zelfvertrouwen en het weinige beetje zelfliefde dat ik had verzameld.
Deze ervaring had ik heel hard nodig om opengemaakt te worden, als een ei werd ik gekraakt, mijn zachte kern is langzaam naar buiten komen glibberen en in plaats van dat ik uit alle macht probeer een fraai glad eitje te zijn ben ik nu zachte smurrie en zachte smurrie is minder bang want het is minder kwetsbaar want het weet dat het maar gewoon zachte smurrie is en eigenlijk is dat misschien wel veel en veel beter.

Ik heb een boek over het heelal voor kinderen bij de bibliotheek gehaald en naar de aarde wordt gerefereerd als ‘zomaar een rotsblokje.’ Zomaar een rotsblokje!
Ik zie mijn energieveld voor me als een grote bal om mij heen, met daarin lange sierlinten, als aan het stokje van een cheerleader, de linten schieten krullend door mijn energieveld. Ik heb zoveel energie om me heen stuiteren dat ik meer dan genoeg voor mezelf heb, en genoeg om te delen met de mensen om mij heen. Ik kijk naar ze terwijl ze langslopen en lees verder over ons zonnestelsel. De mensen zien er uit als mensen maar volgens mij zijn het zielen die een sprong naar de aarde gemaakt hebben, de blubber in, om er later als een lelie bovenuit te schieten. Maar niemand kan het alleen, en ik al helemaal niet en ik weet dat ik vrolijk ben omdat ik bij de anderen mag zijn, en een beetje af kan kijken hoe zij het doen, en dat een beetje imiteren.

Hoera

Ik lepel het laatste restje roeryoghurt uit de beker, terwijl ik sta te bedenken hoe trots ik ben op de mensheid. In mijn hoofd begint een koor te zingen,

sereen gezang stroomt over van verknochtheid en ontzag voor humanity, lieve oude dappere humanity.

*

Op mijn reis door Portugal kwam ik zonder voorkennis in een bedevaartsoord terecht. In Fatima is er een luikje naar een zolder vol vertrouwen geopend. Ik klim de ladder omhoog en wauw allemaal netjes gesorteerde transparante bewaardozen VOL MET VERTROUWEN

*

Françoise Hardy zingt met galmende Franse trappenhuisstem mijn Parijse dromen weer tot leven, de heks. Er is een wonder gebeurd en ik zie in de heldere ogen van mijn medemens dat ze het me gunnen, dat ze het me altijd al gunden maar dat ik niet in staat was om dat te zien. Ik zag alleen maar verdriet in de ogen van de mensen om mij heen, alles deed me pijn en alles maakte me bang.

Nu zie ik iets heel anders, ik zie een onbegrensde kracht, die zo wijs en ongeremd uit die gezichten stroomt, dat hij onverstoorbaar, onverschillig bijna, zijn weg naar mijn hart vindt.

Het voelt alsof ik de laatste ben die een geheim ontdekt, een raadsel dat iedereen al lang ontcijferd had, maar dat nu eindelijk ook door mij gekraakt is.

Ik snap het niet

Ik sta met een Franse vrouw te praten op een uitgedroogd kampeerveld. Ze legt me uit wat er met haar voet gebeurd is. Ze heeft twintig jaar geleden een auto ongeluk gehad. Haar voet brak op verschillende plaatsen. Ze laat het me zien en pakt mijn hand beet om aan me steunen. Het voelt heel goed. Ik voel me heel fijn bij deze vrouw, ik ontspan, ik luister, ik kijk in haar ogen die door haar bril vergroot worden. Ik zie de littekenlijntjes over haar voet lopen. De dokters zeiden destijds dat er niets met haar voet aan de hand was, dat het in haar hoofd zat.

Ze is niet zo lang, ik ben een kop groter. Ik schat haar halverwege de zestig, ze heeft kort blond piekhaar en draagt een oranje jurk met gele bloemen, boterbloemen denk ik. Ze steunt best wel veel aan mijn hand, in mijn fantasie kan ik haar niet houden en vallen we om en bezeert ze zich verschrikkelijk. Ik voel me er al bijna rot over, maar eigenlijk voel ik me helemaal niet rot; iets anders trekt namelijk mijn aandacht, iets heel erg opvallends.

Ik snap niet goed waar het vandaan komt maar ik voel zoveel genegenheid dat het tastbaar is; ik voel het in de lucht. Een kledinghanger met een zachtroze bontjas wordt naar beneden getakeld, als een worm aan een vislijn, en blijft stil voor me hangen. Het is precies de kleur roze als een wollen pop die ik vroeger had, suikerspinnerig. Ik trek het rare jasje aan en het past me als gegoten, het zit heel lekker, ik vouw mijn armen om me heen en wieg tevreden heen en weer. Het Franse vrouwtje krijgt tranen in haar ogen en ik leg mijn hoofd op haar schouder en merk al doende dat ze hetzelfde roze bontjasje aanheeft als ik, maar dan in haar maat, iets groter en haar jas is vaker gedragen dan die van mij.