Zwemmen

In de straat achter de mijne is een nieuw zwembad gebouwd. Het is al een tijdje open, ik wilde al een tijdje gaan, maar het voornemen heeft een half jaar aanmoediging nodig gehad voordat het gerealiseerd kon worden. Vanochtend voelde het eindelijk alsof het juiste moment daar was.

Ik pakte mijn zwemspullen en mijn Rotterdampas, meer was er blijkbaar niet voor nodig, en tweeëneenhalve minuut later liep ik een lange tegelgang door, op weg naar de kleedkamers. Er hing een frisse, levendige energie in het gebouw. De lange tegelgang had veel ramen, ik kon mijn huis zien liggen en kreeg zin om door de gang te rennen. Als ik geen teenslippers aan had gehad maar sokken en schoenen, had ik mijn schoenen uitgedaan en was ik op mijn sokken over de gladde plavuizen gegleden. Als mijn buurvrouw dan toevallig uit haar keukenraam had gekeken zou ze gedacht hebben dat ik op een vliegveld-loopband stond.

Na het omkleden en met de kluissleutel van kluis vijfenveertig om mijn pols (waar alleen mijn teenslippers, shirt en Rotterdampas in lagen), begaf ik me naar de hal van het wedstrijdbad. Het was een grote hal, ik zag mensen in de verte baantjes trekken en er was in de dichtstbijzijnde baan een zwemles bezig. Een badmeester zwaaide naar me vanuit de verte. Hij gebaarde dat ik naar hem toe moest komen—wat ik gewillig deed—en hij legde me uit wat de bedoeling van alles was (zwemmen), ik oogde ‘alsof ik het niet begreep’.

Onderwaterkijken vind ik een van de mooiste dingen die er zijn, ik heb daarom kortgeleden een duikbril (met neusstuk) bij de Decathlon op de Coolsingel gekocht. De bril is een large, omdat de medium dingen met mijn gezicht deed die ik liever niet benoem. Ik liet me in het water zakken en drukte de duikbril aan. Hij zoog goed vacuüm, dat had ik in de winkel al getest. Een klein straaltje water dat via je wenkbrauw naar binnen sijpelt en langzaam je vizier vol laat lopen leidt af van het onderwaterkijken, dat zou zonde zijn.

Na het nemen van een hap lucht dook ik onder, zette me af tegen de kant en schrok direct van de helderheid van het water. Ik had niet verwacht zoveel te zullen zien, en zo vlijmscherp, het zicht reikte tot de overkant van het bad. Ik zag de tegels, de roosters, de plukken haar op de bodem (nou ja plukken, een vogel zou er een gebruiksklaar nest aan hebben), de verloren pleisters en andere dwarrelende, ondefinieerbare stukjes materie. Ik zag de mensen, de lijven, de zwemmende benen, de sportieve badpakken en een man met een strakke geruite zwembroek. Ik was al binnen vijf slagen overprikkeld maar ben toch een uur doorgegaan want dan zou ik later tegen anderen kunnen zeggen: ‘Ik heb vanochtend een uur gezwommen’.

Na een tijdje ging het beter, ik moest er gewoon even inkomen, maar alsnog maakte het onderwaterzwemmen me erg moe, en het zwemmen met het gezicht boven water (zonder duikbril, om niet op Jarjar te lijken) ervoer ik als eentonig. Iemand riep trots naar de badmeester dat ze zestig banen had gezwommen terwijl ik al twintig minuten in de hoek van het bad hing om mijn uur vol te maken. Toen de klok zei dat ik mocht gaan ging ik er snel uit, ik had het koud gekregen van het stilhangen. Ik bleef bijna langer onder de warme douche staan dan ik had gezwommen—ik had de aanschaf van mijn Rotterdampas met de douchebeurt alleen al terugverdiend—en liep tevreden naar de kluisjes.

Een man keek me in het voorbijgaan aan en er was iets opmerkelijks aan hem. Ik keek hem nog even na. Aan zijn donkerblauwe zwembroek kon ik niks ontdekken, zijn haar vond ik wel wat lang, maar in Charlois is dat niet ongebruikelijk. Ik kon het gevoel niet plaatsen. Mijn hersenen wilden waarschijnlijk gewoon inzicht in de situatie hebben, zoals mijn hersenen dat altijd willen, maar ik kan mijn hersenen voorgoed uit de droom helpen en ze vertellen dat het verlangen onvervuld zal blijven, alle situaties en daarmee het hele leven, ik zal het nooit helemaal begrijpen, daarom vind ik het ook zo interessant.

Even later zag ik de man opnieuw, hij stond bij de spiegel zijn haar te föhnen. Hij had zijn zwembroek verwisseld voor een zwarte leren jurk met taillevolants en bijpassende knielaarzen, zijn harige bovenbenen bleven onbedekt. De jurk deed me denken aan de witte latexjurk van Persephone, een personage uit The Matrix: Reloaded. Persephone wordt vertolkt door Monica Bellucci en ziet er uit als een zeemeermin doordat de latex ruches in de taille van haar jurk op vinnen lijken. In de film staat ze voor de spiegel in een toiletruimte haar lippen te stiften, met haar rug naar de kijker. Soms als ik lippenstift opdoe ga ik een klein beetje buiten de lijntjes, zodat mijn lippen meer op die van Persephone lijken. Mijn zus zegt dat deze truc niet werkt, mijn lippen lijken eerder schraal dan vol, maar ik geloof haar niet.

De man had intussen zijn föhn laten zakken en keek me met een vragende blik aan, ik liep snel door. Terwijl ik de trap afging richting de uitgang merkte ik hoeveel honger ik had. Ik dacht aan de baklava-bakkerij die op de route lag, maar thuis had ik ook nog een krentenbol in de vriezer liggen waar mijn naam op stond. ‘Tessa!’ zeiden de krentjes, zoals mijn moeder vroeger verrast ‘Tessa!’ zei als ze een pakje uit de zak pakte op 5 December—alsof ik mijn moeders handschrift niet kon herkennen—en ze gaf me dan met een ingewikkelde conspiracy theory-achtige blik in haar ogen het cadeautje aan.

Ik ging naar huis, ontdooide de krentenbol en at hem langzaam op. Hij was inderdaad voor mij bedoeld, daar was ik heel zeker van.