Wenkbrauwen

Het is tijd om te bekennen dat ik van nature bijna geen wenkbrauwen heb. Ze zeggen dat het de fundering van je gezicht is en dus is mijn gezicht in de problemen. Deze gelaatstrek (of het gebrek eraan) heb ik van mijn moeder, zij komt ’s ochtends niet beneden voordat ze de kleurplaat op haar gezicht heeft ingekleurd. (Dit klinkt wel hard nu ik het zo zie staan)

Ik snap niet waarom mijn moeder en ik ze niet hebben, het is onlogisch, we hebben allebei bruin haar, waarom dan doorzichtige wenkbrauwen? Mijn zus, die buitenaards knap is en niet op mij en mijn broers lijkt, heeft blond haar en die trut is gezegend met dikke donkerbruine strepen boven haar ogen.

De ogen van mijn zus, laten we het daar eens over hebben. Mijn zusje is iemand die lichtgroene, wat zeg ik, lindegroene ogen heeft, en die zo verschrikkelijk wijs en intelligent en doorgrondend zijn dat wanneer je haar aankijkt je zin krijgt om jezelf in een grote bal van dekens te wikkelen en te huilen totdat je op een gegeven moment er mee moet stoppen omdat je trek krijgt in wat lekkers.

Wat lekkers, laten we het daar eens over hebben. Ik heb steeds een nieuwe verslaving die meestal een paar weken duurt voor ik weer iets anders gevonden heb. De dingen waar ik momenteel onbehouwen vaak trek in heb zijn:

1: Appels (ik verslind ze, ik slik ze bijna in het geheel door, heb soms ook wel buikpijn, ik wil ze het liefst drinken, wat dacht je dan van appelsap zou je zeggen, oja)

2: Wortelsalade (zie punt 1 en dan zou wortelsap ook een goede oplossing zijn tegen de buikpijn)

en 3: Ijskoffie van de Hema (dat is namelijk de allerzoetste, allergrootste, allergoedkoopste en je krijgt er echt buitensporig veel slagroom bij, en dan ook nog eens van het dikste dus het beste soort).

Gister was ik in een gezellige bui met mezelf en ik besloot dat ik twee ijskoffie’s mocht maar achteraf gezien was dat toch iets te veel van het goede want de hele wereld was in mijn ogen opeens gezonder en fitter dan ikzelf en daar had ik toen wel moeite mee.

Mijn vaders overlevingstactieken

Mijn vader heeft manieren ontwikkeld om grip te houden op het leven. Ik zal er een paar uit de doeken doen, wellicht dat iemand anders er ook baat bij heeft.

Een van die manieren is het benoemen van dingen die hij herkent. Het was een gewoonte in ons gezin om na het avondeten een film te kijken. Tegenwoordig komt het niet vaak meer voor, maar af en toe kijk ik nog een film met mijn ouders. We zitten voor de tv, de film begint. De eerste tonen van een nummer klinken door de kamer. We kennen het nummer allemaal, niet alleen wij, maar ook het zevenjarige buurmeisje en de bipolaire postbode kennen het nummer. Mijn vaders gezicht licht op en stralend roept hij de titel van het nummer, de artiest en als hij er op kan komen ook het album waar het nummer op staat.

Nog een situatie. We zitten in de auto, mijn ouders, mijn broer, zus en ik. Mijn zus vertelt een intens verhaal over iets dat ze die week heeft meegemaakt. Mijn vader kijkt tijdens het verhaal strak voor zich uit en zegt geen woord. Dan plots komt hij tot leven, zijn ogen worden groot. Dwars door een gevoelige ontboezeming van mijn zus roept hij: ‘FORD ANGLIA 100E UIT 1959!’ terwijl zijn wijzende hand naar rechts schiet en op vijf centimeter van mijn moeders gezicht in de lucht blijft hangen.

Een andere variant van gedrag waar mijn vader houvast aan ontleent is veel dingen vragen. Mijn moeder heeft gekookt, we zitten aan tafel. Er staan twee salades op tafel, en nog een paar pannen met eten. Mijn vader kijkt naar de twee salades waarvan de verschillende ingrediënten duidelijk zichtbaar zijn. Voordat hij aanstalten maakt om op te scheppen vraagt hij: ‘wat is het verschil?’

Een vergelijkbaar voorbeeld, ook bij het avondeten. De tafel is gedekt, de pannen en schalen staan klaar om uit op te scheppen, mijn vader kijkt de tafel rond, kijkt naar het eten dat mijn moeder bereid heeft, kijkt mijn moeder aan en vraagt haar: ‘Wat is de bedoeling?’

Het herbeleven van dingen die hij in het verleden heeft leren kennen is voor mijn vader een aanvullende strategie die hij inzet om de realiteit bevattelijk te houden. Eetbaar snoeppapier smaakt net als dat wat je vroeger in de kerk kreeg tijdens de mis. Mijn vader houdt daarom van eetbaar papier en vreet zo een pak droog op.

Een gesprek met de Kosmos

K: Lieve Tessa we zijn allemaal heel erg trots op je.

T: Dankuwel lieve Kosmos.

K: De platanen zijn aan het vervellen. Na jaren laten ze nu hun oude bast vallen.

T: Net als ik bedoel je?

K: Ja, net als jij, en met jou vele anderen.

T: Ik vier een pyjamafeest bij Hotel New York.

K: Ja, we zijn blij als je dit soort dingen doet.

T: Lieve Kosmos ben ik al klaa, wacht, even opnieuw. Ik ben klaar voor een relatie, merk je het? Ik ben stabiel aan het worden. Ik ben verschrikkelijk trots op mezelf, ik heb het door!

K: Ja je hebt het door, wij zijn nog trotser op jou dan je je kunt voorstellen. En ja, je bent er klaar voor.

T: Hoorde je me denken dat ik mezelf nog kan verbeteren? En direct erna dacht ik; het is goed zo.

K: Je mag jezelf wat meer veren in je kont steken. Daar heb jij niemands toestemming voor nodig.

T: Ja, ik ben bang dat ik naast mijn schoenen ga lopen. Maar aan de andere kant denk ik dat naast je schoenen lopen een onmogelijk iets is, omdat smaak subjectief is. Nou, ja.. naast je schoenen lopen is niet onmogelijk, het is alleen de vraag of het nou echt zo erg is.

K: Juist. Je mag je als mens naar je eigen smaak vormen, en daar voor gaan staan. Dat is ook wel een beetje de bedoeling, maar dat hoef ik je niet meer uit te leggen. Hoop ik.

T: Oh wat fijn! Okee ik ga mijn best doen.

K: Of misschien iets minder je best doen. Dingen gewoon laten zijn.

T: Oja.

 

Ik vlieg op mijn skates over het zwarte asfalt. Ik heb veel meer energie dan ik dacht, ik wil alles dubbel doen! Ik lijk wel een kunstschaatser! Ik zwenk en hang schuin en maak lange slagen. Ik ga snel en omdat ik skates van een goede kwaliteit heb maken mijn wielen bijna geen geluid op het wegdek.

Ik zit op een terras op de Kop van Zuid, ik heb even pauze. Die man aan de tafel naast mij moet zijn irritante muil houden, elke keer als hij lacht slaat hij twee bakstenen tegen elkaar. Ik mag dit niet denken maar ik heb het al gedacht.

Rufus

Lieve Rufus

Ik weet nog goed dat ik je voor de eerste keer zag. Het was in het najaar van 2009, na afloop van een kunstenaarspresentatie in de Witte de With straat. Ik zat op de kunstacademie en die lezing was een projectonderdeel.

Iedereen stond op de stoep nog even na te praten. Ik vond de lezing heel leuk, dat was bijzonder; ik hield toen al niet zo van kunst.

Opeens klonk er een lach boven de stemmen uit, hard en hoog. Als we in een stripverhaal hadden geleefd was er een denkwolk met een uitroepteken boven mijn hoofd verschenen.

Ik keek wie zo maniakaal ongeremd stond te lachen en jij was het Rufus. Je was groot en je zag er scherp uit, hele scherpe ogen, krullend haar. Je deed me denken aan de domste dief van Home Alone.

Je praatte met een van mijn klasgenoten, daarna ging je weg en bij het weggaan heb je gauw een lichtblauw vogeltje in mijn hand gedrukt, en een toverstokje in de andere, met een vonkje aan de punt. Ik gebruik het stokje nog steeds, heel af en toe, om mannetjes mee in mijn hoofd te toveren.

Feike

Mijn drie jaar jongere zus Sacha komt ’s avonds laat thuis van haar survivaltraining. Ik heb een beetje op haar gewacht. Ze zegt ‘hoi’ en dat ze haar spullen even naar haar kamer brengt. Ik weet al genoeg.

Ik loop de trap op en kom haar tegen op de overloop, ik vraag hoe het gaat. Ze weet het even allemaal niet meer. Ze weet niet meer of Feike, de survival instructeur, haar nu wel of niet leuk vindt.

Ze dacht dat het de goede kant op ging, ze ging er steeds meer in geloven, de hoeveelheid bewijs nam dagelijks toe. Hij ving haar op toen ze van een klimrek viel, ze hadden geproost met haar biertje en zijn Magnum bij het club-etentje, en hij had een keer getreuzeld met zijn fiets na de les zodat ze samen terug konden fietsen.

Sacha heeft geen ervaring met verliefd zijn. Haar lichaam zegt haar dat ze het is, maar haar hoofd twijfelt nog. Ze is doodsbang.

Ze volgt haar survival instructeur met gemak over de moeilijkste hindernissen, huppelt als een hertje over de smalste bruggetjes en werpt zichzelf schaamteloos in de dikste blubber. Sacha is een tank die dapper doorbeukt, komt al een paar weken met vurige ogen thuis, loopt alleen nog maar rond in sportkleding, is volledig bedekt met blauwe plekken en haar spieren kun je bijna zien groeien terwijl ze energierepen en kipsaté verslindt. Sacha is niet meer bij de sportclub weg te slaan en weet eindelijk wat ze met haar vrije tijd aanmoet.

Hoe ze vanavond thuiskomt is een uitzondering. Vanavond was er een barbecue. Sas heeft niet gepraat met Feike, ze heeft hem amper aangekeken, ze klapte dicht omdat hij haar amper aankeek, misschien zit ze er wel helemaal naast.

Ze zit nu op de grond, op het beige tapijt in een donker trappengat. Ik zit naast haar en heb haar het bevel gegeven haar telefoon aan mij te geven zodat ik het reeds plaatsgevonden digitale contact met haar survival instructeur kan analyseren. Ik scroll door de tekst heen, Sacha wacht alsof ze op de uitslag van een cruciaal bloedonderzoek wacht. Ze analyseert mijn gezicht in het blauwwitte schijnsel van het beeldscherm. Mijn gezicht vertoont geen enkel signaal. Na een aantal minuten laat ik de telefoon zakken en kijk ik haar aan. ‘Sacha’ zeg ik kalm. ‘Ik denk dat hij je leuk vindt.’

Korte verhalen

Ik duik in een smaragdgroen stenen fonteintje

Ik spetter niet, niemand heeft er last van

Op de bodem van het fonteintje liggen parelmoeren schelpjes

Ik laat ze liggen

*

Ik sta in het magazijn van de glashandel

Ik heb handschoenen aan, met zuignappen

Ik zuig me vast aan de duurste ruit

en gooi hem met handschoenen en al in zevenhonderd stukjes op het transportwagentje

*

-Misschien moet ik toch weer proberen om naar Parijs te verhuizen  +Maar dat wil ik helemaal niet!  -Okee dan blijf ik

*

Mijn beide oma’s zijn overleden maar de moeder van mijn moeder helpt mij nog met dingetjes.

Lila jurk

Ik loop rond in mijn lila gebloemde jurk. Het is een kokerjurk tot de knie met een split aan de achterkant, en blote schouders. Deze jurk bewaar ik voor bruiloften en bijzondere momenten en zelfs dan laat ik hem in de kast hangen. Deze jurk doe ik bijna nooit aan omdat hij me dwingt om mooi te zijn. Ik wil me niet gedwongen voelen, ik voel me namelijk niet zo vaak mooi. Ik voel me meer op mijn gemak als ik me kleed in een tenue dat ik geleend zou kunnen hebben van een vijftienjarige jongen. Als ik deze jurk aanheb is de onderliggende boodschap die ik uitdraag dat ik mezelf mooi vind, wat een averechts effect op me heeft.

Vanochtend werd ik wakker met een ontoonbaar gezicht, met wallen onder mijn ogen, zelfs wallen boven mijn ogen. Ik at cruesli op de rand van mijn balkon, de onderbuurvrouw hing de was op en zei ‘Hallo’. Ik keek naar beneden en ze voegde eraan toe: ‘Oh je bent net wakker’.

Ik besloot mijn lila gebloemde jurk aan te trekken. Ik deed mijn haar in een Belle van het Beest-kapsel en mijn met dik ooglid omlijste ogen verstopte ik achter een zonnebril. Op de fiets naar mijn werk, ik werk in een BH winkel, merkte ik meteen dat ik meer aandacht dan gewoonlijk oogstte. Blikken bleven iets langer op mij rusten, soms verscheen er een lachje om iemands mond. Ik probeerde dapper te zijn en mijn rug recht te houden.

Op mijn werk aangekomen, deed ik wat ik altijd deed, ik hielp mensen, verkocht BH’s en bikini’s, ik verstelde schouderbandjes. Deze dag was er iets anders dan normaal. Waarom en hoe weet ik niet maar ik kon niet anders dan opmerken dat het tegenovergestelde van mijn verwachting plaatsvond: ik ging me mooi voelen. De jurk dwong me niet, het ging vanzelf. Ik liep door de winkel, en voelde de stof om mijn lichaam, nauw en toch een beetje losjes, ademend en vorm benadrukkend. Ik keek in de spiegel van een paskamer en zag dat de wallen waren verminderd, helemaal weg zijn ze nooit geweest, maar voor mijn doen waren ze minimaal. Ik zag er goed uit. Mijn ogen stonden helder.

Men zegt altijd dat het gaat om het innerlijk, dat het niet belangrijk is hoe je eruit ziet. Daar ben ik het roerend mee eens, behalve als het om mezelf gaat. Iedereen mag er van mij uitzien als een Orc die net uit een slijmgrot is gekropen, ik hou toch wel van ze, maar ik mag dat niet. Als ik vet haar heb, of een vermoeid gezicht, of een vetrol, of een ingegroeide haar, of een scheve tand, of een rasperige eeltvoet, dan verander ik in Sauron die met een brandend oog via de spiegel gaten in mijn hart brandt.

Maar niet vandaag, mijn werkdag is intussen voorbij, ik ben naar het dorp van mijn ouders gefietst, heb met mijn broertje gegeten en ben net de deur uitgegaan om te wandelen. Ik loop rond op mijn blote voeten, het dorp is klein en rustig en de zon werpt een oranje licht over de opgewarmde stoepen en straten en ik voel me als The Gladiator die in de arena gestorven is, en nu in de gouden Elysische velden de korenhalmen streelt terwijl hij op zijn eerder overleden vrouw en zoon afloopt.

Ja ik weet het, ik hou van mensen.

Ik denk aan een dorp in de jungle. Ze bouwen een feest. Ze hebben dozen met kijkgaten gemaakt en pluimen erop geplakt en op hun hoofd gezet. Ze stampen en ze springen. Ik word er vrolijk van.

Hihihihihihahaahahahhaahahahaaa

‘Waar zou ik me ooit nog zorgen over maken?’ vraag ik me af. ‘De Parkinson van je vader’ hoor ik mezelf antwoorden.

Ik stap van een zeilbootje af, de zee in. Ik weet niet waarom ik dit doe. Ik zink naar de bodem omdat ik mijn armen en benen stijf gestrekt hou.

Ik land midden op de rots van Ariël, een plateau-rots op de zeebodem, en ik vlei mezelf neer als een gehaakt kleedje over oma’s eettafel.

Ik heb verschrikkelijke dorst maar zeewater kun je niet drinken. Ik vraag Sebastiaan om raad en hij snelt naar een cola-automaat. Hij komt terug met Pepsi Max.

Het blikje is geschud, Sebastiaan heeft er een beetje mee gerend, en de frisdrank spuit in mijn rechteroog.

Smurfin

Smurfin heeft haar kledingkast volhangen met dezelfde witte jurken. Ik heb me afgevraagd waarom. Houdt ze niet van afwisseling? Wil ze tijd besparen bij het aankleden ’s ochtends? Of is er niks anders te krijgen in Smurfenland? Ik denk niet dat het antwoord hierbij zit. Ik denk dat het antwoord vergelijkbaar is met de reden dat rendieren in een sneeuwstorm een wit konijn kunnen onderscheiden. Smurfin heeft hoogsensitieve zintuigen. Ze ervaart de wereld anders dan degenen om haar heen. Net als sommige dieren die in sneeuwgebieden wonen heeft ze een versterkt waarnemingsvermogen ontwikkeld om zichzelf te kunnen redden.

Ik denk dat het voor Smurfin niet altijd makkelijk is om in Smurfenland te leven. Ten eerste is ze de enige vrouw in het dorp. De Smurfen zijn niet de meest empathische wezens, veelal hebben ze hun handen vol aan zichzelf. Smurfin kan niet veel van ze verwachten en dat weet ze. Dan heb je Gargamel en zijn valse kat, die altijd op de loer liggen, of samen plannen maken om op de loer te gaan liggen. Smurfin is kwetsbaar, ze is wat, vijftien centimeter? Ze loopt op hakjes, dus snel is ze ook niet. Ze moet het hebben van haar zintuigen. Trilt de grond? Beweegt daar iets in de struiken? Klinkt daar het geluid van een in een zwarte kaftan geklede zwaar ademende man met een slecht verzorgd monnikenkapsel?

Misschien is Smurfin niet alleen alert voor gevaar van buitenaf maar heeft ze ook haar voelsprieten nodig om haar dorpsgenoten te kunnen peilen. Smurfen kunnen enorme energie-gieren zijn, waarvan Brilsmurf misschien wel het beste voorbeeld is. Een gesprekje voeren met Brilsmurf die een wiebelige bui heeft staat voor Smurfin gelijk aan vier uur de moestuin omploegen.

Nu ik er zo over nadenk geloof ik niet dat alle jurken in haar kast hetzelfde zijn. Waarschijnlijk heeft de ene een lichtpaarse gloed, en de andere een Axe Africa geur die ze er nooit meer wil uitwassen. En misschien doet nog een andere jurk wel iets heel subtiel flatterends voor haar kleine schoudertjes.

Weggestuurd

Ik ben weleens van een terras weggestuurd omdat ik mijn hoofd met gesloten ogen op mijn arm op tafel liet rusten. De ober probeerde mij op subtiele wijze de hint te geven dat mijn gedrag de op dat terras heersende sociale code overschreed, door bezorgdheid te veinzen. Hij vroeg of ik niet lag te verbranden en bracht mij vervolgens zonnebrandcrème. Dankbaar nam ik dit aan en smeerde mijn armen en gezicht in. Ik hervatte mijn bezigheid en binnen tien minuten stond de jongeman weer voor mij, dit keer opperde hij de mogelijkheid om ergens anders te gaan slapen, dit terras was misschien niet de beste plek.

Ik ben ook wel eens uit een geschiedenisles weggestuurd, ik zat in de vijfde klas van het vwo, en ik kon niet stoppen met lachen om een grap die ik op laag volume tegen mijn vriendin had gemaakt. Dat was de enige keer dat ik de klas ben uitgestuurd en ik ben toen in de gang op de grond gaan zitten, met mijn rug tegen de muur van het lokaal, en deed alsof mijn voeten ruitenwissers waren.

Nog langer geleden ben ik door mijn moeder uit de keuken verwijderd en naar de bijkeuken verplaatst, met kinderstoel en al, omdat ik een rauw ei kapot had geknepen. Ik had de avond ervoor bij Klokhuis gezien dat als je op de uiteinden van de ellipsen van een ei kracht uitoefent, het niet zo snel zal breken, dan wanneer je dit op de bolling van het ei doet. Om deze stelling te onderbouwen deed de presentatrice het voor de camera voor.